Staringlaan 21 - 25 © Kantekst.nl 2007 |
Geplaatst: 25 juni 2007 VOC in PerziË Deze week verblijft een Nederlandse handelsmissie in Iran. Vooral de rijke Iraanse olievelden trekken buitenlandse ondernemingen naar dit land. De VOC De in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) importeerde voornamelijk specerijen uit Nederlands Indië. Uit deze handel die op de Europese markten verkocht werden haalde de VOC zijn grootste winsten. Om deze specerijen echter in te kopen op de lokale markten van de Indonesische archipel waren enorme hoeveelheden ruilgoederen nodig. In de meeste Europese goederen waren de lokale bevolking daar niet geïnteresseerd, vandaar dat de VOC ook een groot Aziatisch handelsnetwerk had opgezet. Dit netwerk liep van Japan en China tot aan het Midden Oosten. VOC in Perzië In 1623 opende de Nederlandse VOC een handelspost in Gamron. Deze strategische gelegen stad in de staat van Ormoes was het middelpunt van de handel in de Perzische Golf. Hier werden kantoren, warenhuizen en enkele woonhuizen gebouwd voor personeel van de VOC. Het aantal personeelsleden echter bleef hier gering, het ging alleen om leden die direct met de handel betrokken waren. Naast deze post opende de VOC ook een handelspost is Isfahan, de toenmalige hoofdstad van Perzië. In deze stad was de grootse markt voor de zijdehandel gevestigd. De belangrijkste goederen die de VOC importeerde in Perzië waren suiker en Indiaas textiel. Vervolgens exporteerde de VOC uit Perzië zijde, rozenolie, wol, Arabische gom, wierook en parels. Belangrijk is de handel op Perzië nooit geweest voor de VOC. Dit kwam aan de ene kant door de concurrentie van vooral de Engelsen en Portugezen in dit gebied. Daarnaast ook de concurrentie van de lokale handelaren die met hun kleinere boten handel tot in India dreven. Hier konden de Nederlandse schepen die uitgerust waren voor de grote handelsvaart niet mee concurreren. Aan de andere kant was ook de kwaliteit van het belangrijkste exportproduct, de zijde, slechter in vergelijking met de zijde die uit Bengalen kwam. Einde van een tijdperk In 1722 veroverden Afghaanse stammen de Perzische hoofdstad Isfahan en dat bracht een einde aan de Safaviden dynastie. Hiermee kwam ook langzamerhand een einde aan de handel van de VOC in Perzië. In 1753 stichtte Gouverneur-generaal Jacob van Mossel nog wel een handelspost op het eiland Kharg diep in de Perzische golf. Dit was echter de laatste handelspost van de VOC in dit gebied en werd ook nooit winstgevend. Voordat men deze laatste post kon ontruimen werd hij al veroverd en geplunderd door een Perzische legermacht. Zaken van andere orde die uit Perzië naar Nederland kwamen waren Perzische kunstvoorwerpen. Perzische tapijten, keramiek en glaskunst sierden de interieurs van Nederlandse kooplieden. Op dit moment loopt in de Hermitage van Amsterdam een interessante tentoonstelling over 30 eeuwen Perzische kunst waarbij ook kunstvoorwerpen uit de 16e en 17e eeuw te bewonderen zijn.
| Ga hier naar het archief van eerdere artikelen >>
Arabische handelsovereenkomst Kaart Midden-Oosten Markt in Isfahan in 1703 Perzische stad vanaf zee Productie van zijde VOC archieven |






