Geplaatst: 31 juli 2007

1674 Schip utrechtse domkerk door storm verwoest

Dat soo veel eeuwen heught,
dat ley oock hallef onder,
De kerrick van de Dom,
't vermaerde werelts-wonder

Op 1 augustus 1674 raasde een krachtige wervelwind over de Nederlanden. Het weer voorafgaand aan deze storm  kenmerkte zich door twee opeenvolgende lange, koude en strenge winters met als gevolg dichtgevroren binnenwateren. De Zuiderzee was twee keer volledig dichtgevroren, een ongewoon natuurverschijnsel destijds. Dikke ijslagen lagen vanaf november tot en met april in de Nederlanden. De lentes en de zomers waren kort en koel in combinatie met veel regenbuien. Het hoogtepunt van deze extreme weersomstandigheden was de storm die op de eerste van augustus door het land raasde. De mate van schade was enorm en overal in het land zichtbaar. De stad Utrecht was zeer zwaar getroffen, naast de vele ingestorte huizen waren ook de toren van de Pieterskerk en een gedeelte van het Duitse huis vernield. Maar het kon nog erger, de kern van het stadsleven was geraakt, het middenschip van de Domkerk was ter aarde gestort. Dit gedeelte van de kerk was in het begin van de zestiende eeuw gebouwd en bleek de zwakste plek van het bouwwerk omdat het, door geldgebrek niet verstevigd was met steunberen en luchtbogen.
Door ruimtegebrek heeft men het oorspronkelijke bouwplan van vijfbeukige kerk (een middenschip met twee zijbeuken aan weerszijden) moeten verlaten en kreeg het Westelijke deel slechts drie beuken. De gehele middenbeuk kreeg een vlakke houten zoldering en een dak, stenen gewelven aan de binnenzijde van de kerk en lichtbogen tegen de buitenzijde, die elkaar in evenwicht hadden moeten houden, ontbraken dus. Alleen deze stevige constructie had de hoge beglaasde schipmuren kunnen dragen in de extreme weersomstandigheden.

Na een inventaris van alle verwoestingen van de storm ofwel de schrickelijck tempeest bleek dat heel Europa geteisterd was. De Oprechte Haerlemse Saterdaegse Courant meldde op 4 augustus dat Antwerpen te lijden had van een soo grouwelijkcken onwe’er waardoor de schepen uit de Schelde wegdreven. Utrecht werd tevens in het bericht over de storm vermeld den hemel stont gedurigh in licht en vlam en ’t was schrickelijck den donder en vreesselijcke winden te horen, dat verselt wierd met het nederstorten van schoorsteenen, daecken, gevels en toornen, dat ieder een ongemeene verbaestheyt aenbracht, en dat heeft veele van een aertbevingh doen spreecken.

Kort nadat de storm in Utrecht was uitgeraasd ging tekenaar Herman Saftleven op pad om de gevolgen voor de stad vast te leggen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Saftleven alle tekeningen betreffende de storm in Utrecht nog datzelfde jaar gemaakt. De tekenaar had een scherp oog voor detail en zijn tekeningen zijn daarom van grote bouwkundig historische waarde. Het middenschip van de Domkerk was ten tijde van de storm slechts anderhalve eeuw oud en was destijds nog maar weinig afgebeeld.

Het grootste gedeelte van het puin bleef nog tot aan het begin van de negentiende eeuw liggen. Kort na de storm werden er enkele noodreparaties verricht. Op 3 augustus werd besloten om de gaten in de gaten in het dak met plancken sullen worden toegeslagen om het verdere dack te preserveeren. Pas drie jaar na de storm liet het kapittel onder druk van het vroedschap verdere herstelwerkzaamheden uitvoeren. Onder leiding van de stadsarchitect Gijsbert van Vianen werden de bogen van het dwarsschip aan de westelijke gelegen gevel dichtgemetseld. Hiernaast werd een nieuwe ingang geopend aan de noordzijde van de kerk. Of de Domkapittel en de stedelijke overheid de hoop hebben gekoesterd dat de kerk ooit weer herbouwd zal worden is niet bekend. Vastgesteld kan worden dat geen van beiden partijen grootscheepse plannen hebben opgesteld voor herbouw van de kerk omdat de schaarse financiële situatie dat gewoonweg niet toeliet.

In 2004 is naar aanleiding van het 750-jarige bestaan van de Domkerk het middenschip van de kerk nagebouwd met stalen buizen. Voor de constructie is twintig kilometer buis gebruikt. De nietsvermoedende wandelaar of doorgewinterde Utrechter kreeg op deze wijze te zien hoe de kerk er voor de storm van 1674 uit heeft gezien. Tegenwoordig kan men als bezoeker de Domtoren beklimmen en van bovenaf de contouren van de oude constructie van de Domkerk in de stoeptegels met eigen ogen aanschouwen.

Literatuur:

Graafhuis, A., en Snoep, D.P.,  (ed.), 1 augustus 1674. De Dom in puin. Herman Saftleven tekent de stormschade in de stad Utrecht. Tentoonstellingscatalogus Centraal Museum Utrecht. (Utrecht 1974)

Printbare versie>>

 

Ga hier naar het archief van eerdere artikelen > >

 

Dom voor de storm

De Utrechtse Domkerk voor de storm.

Domkerk na de storm

De Domkerk na de storm getekend door Herman Saftleven.

stalen constructie

Het nagebouwde schip van stalen buizen in 2004.

stalen constructie

Bovenaanzicht van de stalen buizen constructie uit 2004.

domtoren

Zicht op de Domtoren