1600 Slag bij Nieuwpoort
Op 2 juli is het 407 jaar geleden dat de slag bij Nieuwpoort plaatsvond. Een gebeurtenis die nog eeuwenlang zou doorklinken in keurig uit het hoofd geleerde rijtjes jaartallen op de lagere scholen van Nederland. Blijkbaar was er die dag iets gebeurd waar we trots op konden zijn. Maar de meesten onder ons komen niet verder dan een gemakkelijk te onthouden jaartal en de daarbij behorende gebeurtenis.
Wat was er gebeurd dat zo vermeldenswaardig was dat het zoveel eeuwen lang op scholen geleerd werd. Maar wat blijkbaar niet belangrijk genoeg was om in het jaar 2006 opgenomen te worden in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Was dit een klinkende overwinning voor Nederland? Of kroop de toen nog jonge Nederlandse natie door het oog van de naald?
Voorgeschiedenis
Om deze gebeurtenis goed te begrijpen is er eerst een korte situatieschets nodig van het tijdvak waarin deze gebeurtenis plaatsvond. De Nederlanden bevonden zich midden in de strijd voor de vrijheid van geweten die zich vooral richtte tegen de Spaanse koning. Jarenlang was deze vrijheidstrijd tot mislukken gedoemd totdat in 1590 de Hertog van Parma met zijn leger door koning Philips van Spanje uit Nederland naar Frankrijk wordt gestuurd om daar tegen de Fransen te vechten. Met een leger van 20.000 man trekt Parma weg, een bezettingsmacht achterlatend om het gebied te verdedigen tegen de Nederlandse rebellen.
In die tijd zijn de staten van Friesland, Holland, Utrecht en Zeeland onder bestuur van de Nederlandse Staten Generaal. Johan van Oldenbarneveld als ‘Advocaat van de lande’ is op dat moment de belangrijkste politieke figuur in de Nederlanden. Het Staatse leger wordt aangevoerd door de jonge briljante prins Maurits van Oranje Nassau. Zoon van de in 1584 vermoorde Willem van Oranje Nassau. Onder leiding van deze twee markante figuren begint de balans in het voordeel van de Nederlanden om te slaan. Na de terugtrekking van Parma met zijn leger uit de Nederlanden verovert prins Maurits Breda dankzij zijn list met het turfschip. Vervolgens verovert prins Maurits in de jaren van 1590 tot 1594 Zutphen, Deventer, Delfzijl, Arnhem, Hulst, Nijmegen, Steenwijk, Coevorden, Geertruidenberg en Groningen. De zeven provinciën begonnen vorm te krijgen. Alleen het Zuiden, de Vlaamse gewesten, bleven in handen van de Spaanse koning. Nog steeds is deze tweedeling zichtbaar in het Calvinistische Noorden en het Katholieke Zuiden.
Voorbereidingen
In het jaar 1600 leek de militaire situatie voor de Nederlanden gunstig. Er waren diverse berichten over muiterijen in het Spaanse leger en de tijd leek rijp voor een nieuw offensief tegen het Zuiden. Op zee echter was de situatie minder gunstig. Nederlandse koopvaarders ondervonden veel schade door Duinkerker kapers. En de oorlogsschepen die nodig waren om deze handelsschepen te beschermen kosten de Staten een vermogen. In het voorjaar van het jaar 1600 besloten de Staten Generaal dat Maurits met zijn leger het kapersnest Duinkerken diende uit te schakelen. Maurits was geen voorstander van het plan vanwege de grote risico’s die het met zich meebracht. Bij een nederlaag van het Staatse leger kon de vijand ongehinderd grote delen van de Nederlanden veroveren. Na stevig aandringen van Johan van Oldenbarneveld ging de prins begin juni toch akkoord. De voorbereidingen werden getroffen voor de grootste amfibische operatie uit die tijd.
In zeer korte tijd werd een groot aantal schepen gehuurd en begon de inscheping van 17.000 man, 3050 paarden en 37 stukken geschut. Naast deze levende have werd er voor deze legermacht voor 24 dagen voedsel en voorraden meegenomen en voldoende wagens om dat alles te vervoeren. Het plan was om op het strand van Nieuwpoort een landing uit te voeren, de steden Nieuwpoort en Veurne te bezetten en vervolgens door te stoten naar Duinkerken. Bijkomend zou Oostende, dat in die tijd een bolwerk van de Nederlandse Staten in Vlaanderen was, verlost worden. Om uitvallen uit deze plaats te voorkomen hadden de Spanjaarden een gordel van forten om deze stad heen gelegd. En zo kon Oostende alleen vanuit zee bereikt worden.
Tocht naar Nieuwpoort
Bij fort Rammekens in de buurt van Vlissingen verzamelde de vloot zich. Met 1250 schepen onder begeleiding van 16 oorlogsschepen was deze vloot groter dan de beroemde Spaanse Armada uit 1588. Hier moet alleen wel bij vermeld worden dat de Spaanse Armada bestond uit 130 galjoenen, de grootste zeekastelen uit die tijd. Deze Staatse vloot was een allegaartje van alles wat drijven kon.
Op 20 juni van het jaar 1600 was de vloot gereed om uit te varen. En van die dag af begon ook alle tegenslag die een leger kan ondervinden. Door een krachtige wind uit de verkeerde hoek kon het leger niet uitvaren. Na 2 dagen werd besloten om het plan om te gooien en te landen bij Philippine. Tegenwoordig is dat een klein plaatsje zuid van Terneuzen een eindje landinwaarts maar in die dagen lag dat nog aan zee. Terneuzen bestond nog niet en Biervliet, wat ook aan zee lag, was de grootste plaats in dat gebied. (Zie hiervoor ook de kaart) De geschiedenis zou uitwijzen dat deze verandering van het plan, dat de Staten Generaal er bij prins Maurits doordrukte, dramatische gevolgen zou hebben.
Het hele verrassingseffect van de operatie was weg. In het originele plan was al uit gegaan van de optimistische stelling dat de Spaanse Aartshertog en legeraanvoerder Albertus pas na de landing er van zou horen en dan pas maatregelen kon gaan nemen. Waarbij er ook gedacht werd dat de Spaanse legeraanvoerder door muitende soldaten niet effectief zou kunnen optreden. Niets bleek minder waar. Nog voor dat de inscheping was voltooid, was Albertus al op de hoogte van deze troepenverplaatsingen. Alleen de definitieve bestemming was nog onbekend, maar dat die bestemming in West-Vlaanderen moest liggen was logisch. In allerijl trok Albertus zijn legers samen. De muitende Spaanse legers bleken plotseling in staat om in 6 dagen tijd 240 kilometer te marcheren. Via Brussel en Gent zette Alberus de achtervolging in op de Staatse troepen die van Philipinne langs Brugge naar Oostende trokken. De troepen van Maurits trokken aanzienlijk langzamer voorwaarts. Door het ontbreken van goede kaarten en gidsen sloeg het leger af en toe een verkeerde weg in, waarna het uren kostte om zodra deze fout was ontdekt het leger met al zijn wagens en zwaar materieel op de smalle wegen te keren en terug te gaan. Ook de aanhoudende regen vergemakkelijkte de vooruitgang niet.
Op 27 juni, 5 dagen na de landing in Philippine bereikte het leger de forten rond Oostende. Enkele forten zoals Oudenburg en Albertus werden veroverd. Het leger trok intussen door richting Nieuwpoort, waar het op 1 juli aankwam en het beleg rond deze stad opsloeg. Op 28 juni echter arriveerden de Spaanse troepen onder leiding van Albertus al in Gent. En twee dagen later was dit leger dat bestond uit 11.000 man voetvolk en 1500 ruiters al in Brugge. Omdat Maurits om onbegrijpelijke reden verzuimd had om verkenningen uit te voeren richting Brugge was hij totaal onwetend van het feit dat het Spaanse leger hem al zo dicht op de hielen zat en verkeerde hij in de veronderstelling dat Albertus nog steeds bezig was om zijn leger te verzamelen.
Slag bij Nieuwpoort
Op 1 juli, dezelfde dag dat Maurits voor Nieuwpoort verscheen, heroverde Albertus het fort Oudenburg bij Oostende. Op dat moment werden de Staatse troepen hun vijand pas gewaar en begrepen ze dat ze in de val zaten. Albertus sloeg zijn kamp op bij Leffinge dat tussen Nieuwpoort en Oostende in ligt. Hierdoor was Maurits dat met zijn leger rond Nieuwpoort lag afgesneden van zijn voorraden die zich in Oostende bevonden.
Zo snel mogelijk probeerde Maurits zijn leger samen te trekken in de duinen bij Nieuwpoort. Hiervoor werd een schipbrug over de rivier de IJzer gelegd tussen Nieuwpoort en het strand. Intussen werd een voorhoede onder leiding van Ernst Casimir naar Leffinge gestuurd om te proberen de Spanjaarden tegen te houden. Op de ochtend van 2 juli werd deze voorhoede zonder al te veel moeite door de Spanjaarden verslagen. Die direct daarna doortrokken naar Nieuwpoort om de slag met het leger van Maurits aan te gaan.
Dit leger was die ochtend nog steeds bezig om zich te verzamelen op het strand en in de duinen toen de Spaanse troepen al in zicht kwamen. Beide legers namen de gebruikelijke slagordes in en zo rond het middaguur stonden de legers opgesteld tegenover elkaar. Half op het strand en half in de duinen. Beide legers waren naar aantallen aan elkaar gewaagd. Alleen hadden de Spaanse troepen het voordeel dat ze meer ervaren waren in het vechten en dat ze al decennia lang niet meer verslagen waren in een slag in open veld.
In beide legers waren de mannen vermoeid door het vele marcheren van de laatste dagen. De Nederlanders hadden echter ook een voordeel. Ze stonden met de rug tegen de muur, links was de zee, achter hun de vijandige stad Nieuwpoort en rechts moerasland wat ook nog eens een hun vijandig land was. Ze hadden geen andere keus dan te vechten als leeuwen. Daardoor en doordat Maurits zijn reserves met meer tactiek in zette dan de Spaanse aanvoerder Albertus wonnen de Nederlanders deze slag. Voor het eerst had een Staats leger een slag in het open veld gewonnen. Maurits’ capaciteit als veldheer was voorgoed bevestigd. Het Spaanse leger werd verslagen en vluchtte terug naar Brugge.
Nawoord
De slag bij Nieuwpoort was gewonnen maar het doel van de operatie is nooit gehaald. Na de slag heeft Maurits Nieuwpoort nog wel enkele weken belegerd maar zonder resultaat. Albertus was hard bezig een nieuw leger op de been te zetten en omdat er geen schot zat in de verovering van Nieuwpoort besloot Maurits het op te geven en zich via Oostende terug te trekken naar Nederland. Het doel van de operatie was om de Duinkerker kapers te verslaan maar het leger is nooit in de buurt van Duinkerken geweest. Als door een wonder is het leger van Prins Maurits niet verslagen. Als dat gebeurd zou zijn zouden de Staten van Holland geen leger meer gehad hebben om de Spanjaarden tegen te houden.
De slag die nog eeuwenlang in de geschiedenislessen geleerd zou worden was gewonnen, de operatie waar het allemaal om ging was mislukt.