Naar website Historizon >>

VOC IN PERZIË

Deze week verblijft een Nederlandse handelsmissie in Iran. Vooral de rijke Iraanse olievelden trekken buitenlandse ondernemingen naar dit land.
Dit is echter niet voor het eerst dat Nederland handel probeert te drijven met dit land. Ook al voordat de wereldeconomie door aardolie gesmeerd werd waren Nederlandse ondernemers in dit gebied actief.
In 1623 opende de Nederlandse VOC een handelspost in Gamron (het tegenwoordige Bandar-e Abbas).

DE VOC

De in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) importeerde voornamelijk specerijen uit Nederlands Indië. Uit deze handel die op de Europese markten verkocht werden haalde de VOC zijn grootste winsten. Om deze specerijen echter in te kopen op de lokale markten van de Indonesische archipel waren enorme hoeveelheden ruilgoederen nodig. In de meeste Europese goederen waren de lokale bevolking daar niet geïnteresseerd, vandaar dat de VOC ook een groot Aziatisch handelsnetwerk had opgezet. Dit netwerk liep van Japan en China tot aan het Midden Oosten.
Zo haalden de VOC bijvoorbeeld onder andere goud en zilver uit Japan, porselein uit China, kleding uit India en zijde uit Perzië. Een deel van deze handel werd via Batavia verscheept naar Nederland, maar het grootste deel van deze handel werd gebruikt om op de lokale markten handel te drijven. En hoewel deze lokale Aziatische handel in de hoogtijdagen van de VOC ook winstgevend was, bleef de lucratieve handel van specerijen op de Europese mark het meest interessant voor de investeerders in de VOC.

DE VOC IN PERZIË

In 1623 opende de Nederlandse VOC een handelspost in Gamron. Deze strategische gelegen stad in de staat van Ormoes was het middelpunt van de handel in de Perzische Golf.  Hier werden kantoren, warenhuizen en enkele woonhuizen gebouwd voor personeel van de VOC. Het aantal personeelsleden echter bleef hier gering, het ging alleen om leden die direct met de handel betrokken waren. Naast deze post opende de VOC ook een handelspost is Isfahan, de toenmalige hoofdstad van Perzië. In deze stad was de grootse markt voor de zijdehandel gevestigd.

De belangrijkste goederen die de VOC importeerde in Perzië waren suiker en Indiaas textiel. Vervolgens exporteerde de VOC uit Perzië zijde, rozenolie, wol, Arabische gom, wierook en parels. Belangrijk is de handel op Perzië nooit geweest voor de VOC. Dit kwam aan de ene kant door de concurrentie van vooral de Engelsen en Portugezen in dit gebied. Daarnaast ook de concurrentie van de lokale handelaren die met hun kleinere boten handel tot in India dreven. Hier konden de Nederlandse schepen die uitgerust waren voor de grote handelsvaart niet mee concurreren. Aan de andere kant was ook de kwaliteit van het belangrijkste exportproduct, de zijde, slechter in vergelijking met de zijde die uit Bengalen kwam.
Een ander product uit die regio waar de VOC meer mee verdiende was de koffie uit Jemen. De VOC had in de 17e eeuw jarenlang een handelspost in Mokka. In deze Jemenitische havenstad was in die tijd de grootste koffiemarkt ter wereld te vinden. Om hier meer geld aan te verdienen verscheepten Nederlandse handelaren aan het einde van de 17e eeuw koffieplantjes van Jemen naar Java. Dit sloeg aan en al snel importeerde de VOC meer koffie uit Java dan uit Mokka. En in 1739 werd de handelspost in Mokka zelfs definitief gesloten.

EINDE VAN EEN TIJDPERK

In 1722 veroverden Afghaanse stammen de Perzische hoofdstad Isfahan en dat bracht een einde aan de Safaviden dynastie. Hiermee kwam ook langzamerhand een einde aan de handel van de VOC in Perzië. In 1753 stichtte Gouverneur-generaal Jacob van Mossel nog wel een handelspost op het eiland Kharg diep in de Perzische golf. Dit was echter de laatste handelspost van de VOC in dit gebied en werd ook nooit winstgevend. Voordat men deze laatste post kon ontruimen werd hij al veroverd en geplunderd door een Perzische legermacht.

Zaken van andere orde die uit Perzië naar Nederland kwamen waren Perzische kunstvoorwerpen. Perzische tapijten, keramiek en glaskunst sierden de interieurs van Nederlandse kooplieden. Op dit moment loopt in de Hermitage van Amsterdam een interessante tentoonstelling over 30 eeuwen Perzische kunst waarbij ook kunstvoorwerpen uit de 16e en 17e eeuw te bewonderen zijn.