Naar website Historizon >>

Zeeslag bij Kijkduin.

We schrijven een zeer donkere periode uit de Nederlandse geschiedenis. Het jaar 1672 staat in de geschiedenisboeken bekend als het rampjaar. De derde Engelse oorlog, de oorlog met Munster en Keulen en de oorlog met Frankrijk zorgen ervoor dat de Nederlandse staat op het einde van haar bestaan gekomen lijkt te zijn. De legers van Munster en Keulen veroveren grote delen van de Nederlanden in het Oosten. Uit het Zuiden trekken de Franse legers het land binnen, en op zee bedreigt een gecombineerde Engels-Franse vloot onze kusten.
Hoewel er over de situatie op het land ook voldoende te schrijven valt beperken we ons in dit artikel tot de oorlog op zee.

Diverse slagen

De verschillende vloten van de Nederlandse staten staan onder leiding van admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter. Hij wordt bijgestaan door onder andere de admiraals Tromp, Evertsen en Van Gent. Er worden verschillende plannen bedacht om de Engelsen op zee te verslaan en in mei 1672 probeert een licht eskader zelfs het kunstukje van de tocht naar Chatham uit 1667 te herhalen. De Engelsen zijn nu echter beter op hun hoede en ook beter voorbereid dan in 1667 en de vloot moet zich dan ook al snel terugtrekken.
De gecombineerde Engels-Franse vloot doet diverse pogingen om de Nederlandse vloot op te zoeken en te verslaan. En hoewel het diverse keren tot een treffen komt, zo is er de slag bij Solebay en in 1673 twee maal de slag bij Schooneveld weet de vloot van de Ruyter stand te houden. De verschillende slagen eindigen elke keer onbeslist, maar doordat de Ruyter met een zwakkere vloot stand weet te houden en zelfs de vijand terug weet te dringen zijn de morele overwinningen wel voor Nederland.

Voorafgaand aan de slag

In juni van het jaar 1673 raakt de Ruyter met zijn vloot tweemaal slaags met de Engels-Franse vloot bij het plaatsje Schooneveld. Beide vloten verliezen geen schepen, maar de Engelse vloot raakt toch zo beschadigd dat deze moet terugtrekken naar Engeland om de nodige reparaties uit te voeren. In deze beide slagen verwijten de Engelsen de Fransen dat deze veel te bang zijn voor de Nederlanders. Dit was ook zo, de naam van ‘De Ruyter’ werd in Frankrijk met respect uitgesproken.
In Engeland lag een landingsvloot met een landingsleger klaar om zodra de Nederlandse vloot verslagen zou zijn een landing uit te voeren op de Hollandse kust. In Nederland neemt intussen de vrees voor deze landing toe. Als het de Engelsen zou lukken om te landen op de kust dan was de oorlog definitief verloren. Om deze vrees nog een beetje aan te wakkeren bombarderen enkele Engelse oorlogsschepen Scheveningen. De kerk van Scheveningen raakt hierbij beschadigd. Het was echter alleen bangmakerij, want verder dan alleen een bombardement kwam het niet.
De Nederlandse vloot kruiste intussen heen en weer tussen de Vlaamse kust en IJmuiden om zo een eventuele landing te voorkomen.

Zodra de Engelse oorlogsvloot weer gerepareerd is vaart deze opnieuw uit. De gecombineerde vloot van Engelse en Franse schepen bestaat uit niet minder dan 86 oorlogsschepen en 28 branders. Branders zijn kleine schepen die tijdens een zeeslag in brand gestoken worden en dan brandend op de vijandelijke vloot afvaren in de hoop een schip in brand te steken. Tijdens zeeslagen op volle zee bleek deze manier echter niet effectief omdat deze branders niet konden worden bijgestuurd en daarom gemakkelijk te ontwijken waren.
De Nederlandse vloot bestond uit 75 oorlogsschepen en 22 branders. Hoewel dit nog een heel aantal lijkt moet hierbij wel vermeld worden dat veel van de Nederlandse schepen kleiner en lichter bewapend waren dan de Engelse schepen.
Intussen hield de Engels-Franse vloot zich op een eind boven Texel, terwijl de invasievloot nog steeds in de Engelse havens lag te wachten. Een rijk beladen Nederlandse handelsvloot was onderweg vanuit Oost-Indië naar Texel en zou een gemakkelijke prooi zijn voor de vijandelijke oorlogsvloot. In die tijd voer men nog via Texel over de Zuiderzee naar Amsterdam.

De slag bij Kijkduin

De vloot krijgt van de stadhouder opdracht naar het Noorden te varen om de strijd aan te gaan met de vijandelijke vloot. Hierdoor zal dan deze handelsvloot veilig binnen kunnen varen en als de Engelsen en Fransen verslagen kunnen worden kan daarmee ook de dreiging van een landing worden afgewend.
De vloot gaat op weg, bij het Noord-Hollandse Petten moet echter het anker al worden uitgegooid vanwege een zware storm die over de Noordzee trekt. De vloot wacht de storm af en op 18 augustus van het jaar 1673 verzamelt de vloot zich weer om de vijand verder tegemoet te varen. De Engels-Franse vloot onder leiding van de Engelse admiraal Prins Rupert en de Franse admiraal D’Estrée vaart intussen richting het Zuiden met het doel om nu eindelijk eens af te rekenen met de Nederlandse vloot en zo de weg vrij te maken voor een landing.
Op 21 augustus ontmoeten de beide vloten elkaar vlakbij het Noord-Hollandse Kijkduin en de zeeslag ontbrandt. Vanaf de duinen en het strand is deze slag goed te volgen en drommen mensen verzamelen zich hier dan ook om met eigen ogen het verloop van de slag te volgen.

Volgens de gewoontes van die tijd waren de vloten opgedeeld in verschillende eskaders. En zo bond het Nederlandse eskader onder leiding van admiraal Blankert de strijd aan met het Franse eskader onder leiding van D’Estrée, Tromp raakt met zijn eskader slaags met het Engelse eskader onder leiding van de Engelse admiraal Spragge en De Ruyter raakte met zijn eskader slaags met prins Rupert. Zo kun je dus stellen dat deze zeeslag eigenlijk bestond uit drie parallelle zeeslagen.
De Franse vloot hield het echter al gauw voor gezien en aan het einde van de ochtend trok deze vloot zich tot woede van de Engelsen terug. D’Estée verklaarde later dat hij de opdracht van zijn koning had om zijn vloot niet aan gevaar bloot te stellen. Dat is toch een bijzondere opdracht voor een admiraal die op pad wordt gestuurd om een zeeslag te leveren.
Admiraal Blankert krijgt door deze situatie zijn handen vrij en schiet het eskader van de Ruyter te hulp. Dit doet de balans al gauw in het voordeel van de Nederlanders omslaan.
Intussen zijn de vloten van Tromp en Spragge verderop nog steeds slaags. En vooral de twee vlaggenschepen bestoken elkaar heftig. Het gevecht tussen de Gouden Leeuw van Tromp en de Royal Prince van Spragge behoort tot de felste die ooit in het tijdperk van de zeilende oorlogsschepen zijn gestreden. Beide schepen raken zo beschadigd dat ze uit de strijd moeten worden teruggetrokken en hun admiraals over moeten gaan op andere schepen.

De afloop

Uiteindelijk komt er aan het einde van de dag een einde aan het gevecht en trekken de Engelsen zich terug. Hoewel de verliezen bij beide partijen ongeveer gelijk zijn is de overwinning toch weer voor de Nederlandse vloot omdat opnieuw de dreiging van een landing is afgewend. Later blijkt wel dat van de 6 schepen tellende handelsvloot die op weg was naar Texel er al 4 schepen in Engelse handen gevallen waren. De directe aanleiding van de slag het beschermen van deze handelsvloot was dus niet gehaald, maar het gevaar voor een landing was definitief afgewend.

Het moreel onder de Engelse bevolking was toch al niet zo hoog en na dit verlies hadden de Engelsen het al gauw gezien. Als dan ook Munster en Keulen het opgeven, moet ook Frankrijk de oorlog stoppen en zo kan in 1674 de vrede van Westminster worden getekend. De Nederlandse staat is gered.

Literatuur
A. en H. Algra: Dispereert niet, twintig eeuwen historie van de Nederlanden (2e deel)
Ronald Prud’hommes van Reine: Rechterhand van Nederland, biografie van Michiel Adriaanszoon de Ruyter.
A.Th. van Deursen: De Admiraal, nationale herdenkingsuitgaven 400 jaar De Ruyter