Auteur: V.S.D. Meerdink geplaatst: 12 december 2007
14 december 1931: Nationaal Socialistische Beweging opgericht
Bij de verkiezingen van 1937 keken de gegrondveste partijen huiverig op tegen een nieuwe partij, de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). De partijprogramma’s werden afgestemd ter verdediging tegen de door de Nationaal Socialistische Beweging geopende aanval. De NSB wilde geen politieke partij zijn en zette zich af tegen het politieke establishment door zich geen partij tenoemen maar een beweging. Een benaming die overigens in de actuele politieke partijvorming nog steeds voorkomt bij politieke partijen die zich sterk afzetten tegen de reguliere traditionele partijen. Door zich een beweging (of lijst) te noemen zouden zij in feite geen deel uitmaken van het politieke spectrum waar zij zich tegen afzetten. Denk hierbij aan de Lijst Pim Fortuyn of de Groep Wilders.
NSB
De Utrechtse ingenieur Anton Mussert richtte de NSB op in 1931. In de twintiger jaren had Mussert naam gemaakt door zijn initiatief tegen een ontwerpverdrag met België over het beheer van de Schelde-wateren en de aanleg van een aantal grote kanalen. Mussert had grote bedenkingen bij het potentiële plan omdat hij de Nederlandse belangen ondermijnd zag. Doordat zijn verzet succesvol was gebleken zag hij zichzelf sindsdien als getalenteerde organisator. Bovendien was hij door zijn actie in contact gekomen met rechts-autoritaire kringen waardoor zijn rechts-liberale gedachtegoed zich ontwikkelde tot fascistisch, dit mede door invloed van de provinciale klerk Van Geelkerken.
De beginjaren van het bestaan van de NSB kenmerkte zich door inhoudelijke vaagheid. Mussert had ten dele het partijprogramma van de NSDAP overgeschreven behalve de passages betreffende racistische en antisemitische vraagstukken. In die zin omvatte de politieke ideologie van de NSB in de beginjaren slechts gedeeltelijk aspecten van het extreem-nationalisme en fascisme. Het ledenaantal groeide zeer vlot van circa 1000 leden in 1933 tot 55.000 medio 1936. De NSB verwierf 8 procent van de stemmen bij de provinciale Staten. Mussert was niet specifiek over wat hij wilde bereiken met zijn beweging. Het Leidend Beginsel van de partij luidde ‘krachtig staatsbestuur, zelfrespect van de natie, tucht, orde, solidariteit van alle bevolkingsklassen en het voorgaan van het algemeen (nationaal) belang boven het groepsbelang en van het groepsbelang boven het persoonlijk belang’. De NSB ging er vanuit dat in de democratie van destijds deze kwaliteiten niet gewaarborgd zouden blijven. Mussert zag slechts heil in een autoritaire staat onder nationaal-socialistische leiding.
Achterban
De NSB bleek een aantrekkelijke beweging voor mensen uit verschillende sociale milieus. Niet alleen werklozen bleken bevattelijk voor de bewering dat een nationaal-socialistische overwinning de werkloosheid op korte termijn zou kunnen oplossen. Grote bezorgdheid heersten ook bij een aantal groepen in de elite. Dat was opvallend aangezien juist de elite weinig directe gevolgen merkte van de werkloosheid. De NSB oefende een grote aantrekkingskracht uit op mensen uit alle lagen van de bevolking. De twee grootste groepen aanhang waren ontevreden boeren en middenstanders (met name in Drenthe en Limburg) en de gegoede stedelingen in de randstedelijke gebieden in het Westen. De meerderheid van de leden van de NSB woonde in de drie grootste steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.
Facisme
In november 1936 werd Mussert door Hitler in audiëntie ontvangen. Een jaar later verscheen Musserts brochure De bronnen van Nederlandsch nationaal-socialisme, waarin de joden het moesten ontgelden. De rassenleer zoals die van het nazisme was definitief omarmd door Mussert en daarmee de NSB. In deze jaren ging het steeds minder goed met de NSB door een sterke isolering en radicalisering elkaar in de hand hielp. Daardoor kwam de NSB in een vicieuze cirkel van degeneratie terecht, mede door de felle kritiek uit linkse hoek. Daarnaast waren koning Wilhelmina en minister-president Colijn keken met argusogen tegen het antisemitisme van de NSB aan. In 1933 Colijn verbood ambtenaren het lidmaatschap van de NSB.
In eerste instantie pleitte de NSB voor neutrale politieke positie voor Nederland aan de vooravond van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Maar na de Duitse inval werkte de NSB al spoedig samen met de bezetter. Alle partijen werden verboden behalve de NSB. Mussert was een aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte wat samenvoeging van Nederland en België inhield. Dit nationalistische gedachtegoed vond zijn oorsprong in de negentiende eeuw. Maar dit idee vond geen aansluiting bij Seyss-Inquart en Musserts politieke utopie, staatsmacht voor de NSB in een met België verenigd onafhankelijk Nederland als lid van een Germaanse statenbond werd nooit bereikt.
Geraadpleegde bronnen/literatuur:
Aerts, R., De Liagre Böhl, H., en De Rooy, P., Land van kleine gebaren. Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990 ( Nijmegen 1999)