Naar website Historizon >>

Auteur: V.S.D. Meerdink geplaatst: 8 november 2007

1918 Novemberrevolutie: Het einde van het Duitse Keizerrijk. Duitse keizer in Nederland.

Op 7 november ontstaat er  revolutie in München. Twee dagen later breekt de revolutie in Berlijn uit en wordt de troonafstand van keizer Wilhelm II en de kroonprins door Duitsland bekend gemaakt.  De sociaaldemocraat Phillipp Schneidemann (1865-1939) roept de Republiek van Weimar uit en de regeringszaken worden overgedragen aan de SPD-voorzitter Friedrich Ebert. De Republiek van Weimar was geboren. Het politieke systeem bestond uit een parlementaire democratie en kende een door het volk gekozen rijkspresident. Het parlement bestond uit door het volk gekozen afgevaardigden en de Rijksraad ofwel de landenvertegenwoordiging. De Rijksdag koos de rijkskanselier en had meer politieke macht en invloed dan ten tijde van het keizerrijk. Een sayant detail was de mogelijkheid voor de rijkspresident om zich te beroepen op het Notstandsartikel 48 dat veel macht kon verschaffen.

‘Konservative Revolution’
Veel Duitse rechtse intellectuelen waren woedend over het ‘verraad’ van de Novemberrevolutie in München en Berlijn. De kritische geluiden uit diverse hoeken vormden samen een zeer brede en versplinterde tegenbeweging van kleine groeperingen tot aan zelfstandige intellectuelen. Allen stonden zij vierkant op tegen de Republiek van Weimar die in hun ogen het politiek vulgaire belichaamde.
In de historiografie wordt ook wel gesproken van een Zwichengeneration waar ondermeer cultuurfilosoof en criticus Oswald Spengler, schrijver Ernst Jünger en denker Moeller von den Bruck vertegenwoordigers van zouden zijn.  Sterk beïnvloed door de Wilhelminische conservatieve denkwijze waren zij geradicaliseerd door het trauma van de Eerste Wereldoorlog en de Novemberrevolutie. Hun ideaal en droombeeld van een nieuw politiek sterk Duitsland was door laatst genoemde gebeurtenissen vervlogen.
Oswald Spengler sloeg in brieven na de oorlog een radicale toon aan en verschoof zijn cultuurkritiek naar politieke kritiek tegen de Republiek van Weimar en ondersteunde daarmee bewust de groep van politieke leiders en organisaties die de nieuwe Republiek het liefst zo snel mogelijk zagen verdwijnen. Spengler wilde de Novemberrevolutie, die hij de revolutie van links noemde met tegengeweld van rechts beantwoorden. Spengler hekelde elke vorm van het politieke dilettantisme van meerderheidsregeringen en politieke partijen en hun programma’s. Verder verafschuwde Spengler elke vorm van idealisme, of dat het liberalisme of het marxistisch socialisme was. Deze complexe kritiek werd later als de Konservative Revolution beschouwd. De modernisering van het Wilhelminische Duitsland was mislukt en de tegenstanders van de Weimarrepubliek roken hun overwinning.

De laatste keizer…
Keizer Wilhelm II vluchtte ten tijde van de novemberrevolutie Duitsland uit naar Nederland alwaar koningin Wilhelmina hem asiel aanbood. Hij vestigde zich in Huis Doorn. In zijn ballingschap oefende hij zijn grootste hobby, jagen, nooit meer uit. In plaats daarvan bezigde hij zich met houthakken om de blokken vervolgens aan de armen uit te delen. In 1941 overleed hij op het landgoed alwaar hij nog steeds begraven ligt. De laatste keizer van Duitsland, het sluitstuk van een belangrijke periode in de Duitse politieke geschiedenis, Wilhelm II, heeft als laatste wens kenbaar gemaakt dat hij pas wilde terugkeren naar zijn vaderland als de monarchie weer hersteld zou zijn.

‘Novembergeist’
De machtsovername door Hitler in januari 1933 werd door veel wanhopige rechtse Duitsers beschouwd als een zuivere ‘Duitse’ revolutie. Hitler had een uitgesproken mening over kunst en besteedde dan ook veel tijd en aandacht aan de ontwikkeling van de esthetische kant van zijn beleid. Het dwingende en elitaire karakter van Hitler werd reeds begin 1933 zichtbaar toen hij een
kunsttentoonstelling organiseerde met de titel Novembergeist-Kunst im Dienste der Zersetzung’ die in verschillende Duitse steden werd getoond, waaronder München en Dresden. Hitler refereerde met Novembergeist, ofwel de novembermentaliteit, aan de laffe overgave van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog aan de geallieerden. Het Duitse leger had zich onder valse voorwendselen overgegeven, terwijl nog niet alle hoop verloren was. De dolkstoot werd uitgedeeld. Deze mythe van de dolkstootlegende diende na de Eerste Wereldoorlog voor veel hoopvolle Duitsers als houvast. De tentoonstelling Novembergeist was de eerste kunstmanifestatie van ‘ontaarde kunst’. In de toekomst zouden meer van deze negatieve tentoonstellingen volgen onder leiding van Goebbels.

Geraadpleegde bronnen/literatuur:

Boterman, F., Oswald Spengler en Der Untergang des Abendlandes. Cultuurpessimist en politiek activist (Maastricht 1992)

Boterman, F., Moderne geschiedenis van Duitsland 1800-heden (Amsterdam 1996)

Meerdink, V.S.D., Esthetische vernieuwing als ongenoegen over de moderne tijd
Een analyse van de paradoxale moderniteit van Oswald Spengler, Stefan George en Joseph Goebbels (Masterthesis Universiteit Utrecht 2007)

Visser, A., ‘De laatste Germaanse keizer’ In: NRC Handelsblad 09-06-2001, 31.