Naar website Historizon >>

Auteur: V.S.D. Meerdink geplaatst: 31 januari 2008

1840: Willem II wordt koning van Nederland.

Op 7 oktober 1840 droeg koning Willem I der Nederlanden zijn kroon over aan zijn zoon Willem II. Na de afscheiding van België, was een grondwetswijziging vereist, waarbij ook de strafrechtelijke verantwoording voor de Koning werd ingevoerd. Deze vernieuwde grondwet was een grote inperking van de macht van koning Willem I. De afgetreden landsvader vestigde zich in Berlijn, ver weg van Nederland en van zijn opvolger, met wie hij het nooit goed heeft kunnen vinden. In 1843 overleed hij.

Zeitgeist.

Achteraf bezien is niet de troonwisseling van Willem I met zijn opvolger Willem II  in 1840 het grote politieke moment van de eeuw geweest, maar 1848. Het moderniseringsproces in de jaren tussen 1840-1848 kwam min of meer vanzelf tot stand en daardoor is deze periode beter te typeren als een epiloog of intermezzo dan als een revolutionair tijdperk. Malaise was destijds het politieke modewoord en dat werd niet geschuwd. Het had betrekking op de financiële toestand van de aan bankroet grenzende staat. De armoede waarin grote delen van de bevolking in de jaren veertig verkeerde was ongekend groot door de hoge prijzen van primaire levensbehoeften en een gebrek aan werk. Daarnaast duidde Malaise op de tomeloze ontnuchtering bij het ontwikkelde publiek toen het besefte wat een geldverslindende politiek Willem I had gevoerd sinds 1830. Tenslotte stond het woord Malaise ook voor ‘een onbestemd maar levendig gevoel, dat het staatsleven niet was zoals het behoorde’. Er was destijds een breed, tevens vaag besef dat het anders moest, dat het bestaande staatsbestel had uitgediend of op zijn minst aan herziening toe was. De vraag was echter in welke richting hervorming nodig was.

De burgerlijke koning.

Ondanks de kleine beperkingen in de grondwet van 1840 was de positie van de nieuwe koning Willem II nog steeds die van de zelfstandig regerende vorst, niet die van de constitutionele koning-in-de-luwte van na 1848. Willem II bezat een duurzame visie en was in een aantal opzichten zeer verschillend van zijn voorganger. De nadelen van een vaderlijke autocratie en het ‘huiselijke’ staatsbestuur waren aan het licht gekomen. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen begonnen de samenlevingen te ontgroeien van de bestuursstijl van 1815. Dit hield een mengeling in van een Napoleontische staat en de restauratiegeest. In deze sfeer had Willem I uitermate goed kunnen gedijen. Maar Willem II was een geheel andere persoonlijkheid en in een monarchaal bestel stempelt z’on factor de aard van het koningschap. Willem I was een burgerlijke koning te noemen, een verlichte geest, een hardwerkende en vasthoudende ‘manager’. Willem I was een ‘ridderlijk vorst’, met royale allures en een hang naar het romantische. Hij verzamelde kunst en ontwierp voor zijn Haagse paleis neogotische vleugels (later weer afgebroken). De Nederlandse koning was een eigenzinnige en impulsieve man die regeerde zonder koers. De ene keer poseerde hij zich als de moderne liberaal ‘il faut marcher avec son siècle’, betoogde hij in 1840, ook als die eeuw kennelijk het constitutionele koningschap wenste. In andere perioden sloeg hij weer een conservatieve toon aan door zelf de politieke teugels in handen te houden, maar tegelijk de ministers veel vrijheid te geven. Willem II slaagde er niet in het autocratisch bestel functioneerbaar te maken.

Grondwetsherziening.

In 1839-1840 en 1844-1845 en in 1847 werd er over geschreven en gesproken, maar zonder veel resultaat. Algemeen werd de herziening van 1840 teleurstellend en onvoldoende gevonden. Zelfs de omgeving van Willem I had een grondiger herziening geadviseerd. In 1844, nadat een dreigend staatsbankroet was afgewend, legde de Leidse hoogleraar Thorbecke, tijdelijk kamerlid, op eigen initiatief een grondig herzieningsontwerp aan de Tweede Kamer voor. Het ‘negenmannenvoorstel’, zo genoemd omdat het alleen de steun had van negen liberale kamerleden, werd niet eens in behandeling genomen. Willem II had zich tot een conservatieve richting bekeerd. Maar later zou Willem II overstag gaan door de revolutionaire dreigingen in het buitenland. Zo maakte Willem II met een autocratisch gebaar een einde aan het autocratisch koningschap. Tot dat moment waren regering, parlement en publicisten verdeeld geweest over de vraag van wie een initiatief tot grondwetsherziening moest uitgaan.

Slot.

Als al die jaren vanaf 1840 iets duidelijk maakten, dan was het wel dat het bestel van 1815 gaandeweg zijn functie verloren had. Tevens tonen zij, voorzichtig nog, een terugkeer van de politisering zoals we die kennen vanuit de late achttiende eeuw. Als men de periode van 1780-1848 bestudeert, dan zie je met name telkens schoksgewijze en vaak onder buitenlandse regie, een nieuw staatskundig kader gevormd worden. Van de federatieve Republiek naar uiteindelijk een monarchale nationale staat binnen de oude grenzen van de Republiek. Willem II overleed op 17 maart 1849. Zijn in Engeland verblijvende zoon, de Prins van Oranje volgde als Koning Willem III zijn vader op. De vier wettige kinderen en de Koningin-weduwe werden met financiële problemen geconfronteerd. Willem II liet schulden en zware financiële verplichtingen na. De grote kunstverzameling werd daarom verkocht aan de Tsaar van Rusland waardoor een aantal schilderijen van Rembrandt in Sint-Petersburg terecht kwamen.

Gebruikte bronnen/literatuur:

Aerts, R., Land van kleine gebaren. Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990.

Bosch Kemper, J., de Nederland na 1830 (5 delen: Amsterdam 1873-1876)

www.wikipedia.nl

www.NRC.nl