Auteur: I. van Meer geplaatst: 27 februari 2008

Februaristaking 25 februari 1941

Overal in het land zijn op dit moment aanplakbiljetten te zien die mensen oproepen deel te nemen aan de jaarlijkse herdenking van de februaristaking van 25 februari 1941. Deze staking, die een massaal protest betekende van de Amsterdamse bevolking tegen de vervolging van hun joodse stadsgenoten, staat ook nu nog symbool voor de strijd tegen rassenwaan, voor solidariteit, saamhorigheid, tolerantie en gelijkwaardigheid. Het was een unieke verzetsdaad waarbij voor het eerst en masse werd geprotesteerd tegen de jodenvervolging.

Wat vooraf ging

De staking was gericht tegen het gedrag van de Duitse bezetter ten opzichte van het joodse deel van de bevolking dat voorafgaande aan de staking steeds bruter was geworden. Vanaf het eind van het jaar 1940 werden steeds meer anti-joodse maatregelen afgekondigd. Zo werden in oktober 1940 ambtenaren gedwongen een Ariërverklaring te ondertekenen. In november van datzelfde jaar werden alle joden die in overheidsdienst werkten ontslagen. Leden van de Weerafdeling van de NSB, de WA, veroorloofden zich steeds vaker wreedheden tegen joden. Joodse winkels werden vernietigd en de eigenaars mishandeld. Een aantal keren leidde dit tot vechtpartijen tussen leden van de WA en door joden en niet-joden gevormde verdedigingsknokploegen. Op 11 februari 1941 leidde een gevecht op het Waterlooplein tot de dood van WA-man H. Koot. De Duitsers grepen dit incident aan als aanleiding om de Jodenhoek volledig af te sluiten. De afsluiting werd na korte tijd weer ongedaan gemaakt, maar wel kwam er een prikkeldraadversperring rond de joodse wijk. Intussen gingen de intimidaties aan het adres van de joodse gemeenschap gewoon door. Op 19 februari stond een patrouille van de Ordnungspolizei voor de deur van de ijssalon Koco aan de Van Woustraat, die in het bezit was van twee uit Duitsland gevluchte joodse emigranten. Tijdens het binnendringen van de ijssalon werd één van de Duitse agenten met ammoniak in het gezicht gespoten. De Duitsers beweerden later ook dat er op hen geschoten werd. Als wraak voor deze gebeurtenis en de dood van WA-man Koot werd van Duitse kant besloten tot een vreselijke maatregel.

Razzia

Op zaterdagmiddag 22 februari reed een aantal Duitse overvalwagens de Jodenhoek binnen. Zeshonderd leden van de Ordnungspolizei verlieten de wagens en trokken de wijk in met het enige doel om 425 jonge joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar op te pakken. Jonge joodse mannen werden hun huis uit geranseld, van hun familie weggerukt en naar het Jonas Daniël Meijerplein gedreven. Vrouwen die zich aan hun echtgenoot vastklampten werden in het gezicht geslagen en bij hun mannen vandaan gedreven. Kinderen werden huilend achtergelaten. Zondagmorgen herhaalden deze afschuwelijke praktijken zich. De opgepakte mannen werden meegenomen naar kamp Schoorl en binnen een week naar Buchenwald gedeporteerd. Van daaruit werden zij, een kleine 400 man, in mei naar Mauthausen overgebracht. Slechts twee van de opgepakte mannen zouden de oorlog overleven.

Staking

Van deze gruweldaden waren ook veel niet-joodse Amsterdammers getuige. Het gebeuren schokte de bevolking van de stad. Ook leden van de Nederlandse communistische partij (CPN), die na het uitbreken van de oorlog als illegale partij verder was gegaan, waren getuige geweest van de wreedheden. Nog dezelfde avond nam Jaap Brandenburg, de Amsterdamse districtleider van de CPN, contact op met Lou Jansen, die op dat moment samen met Paul de Groot en Jan Dieters de illegale landelijke leiding van de CPN vormde. Na overleg, waarbij ook andere leden van de Amsterdamse leiding, waaronder Frits Reuter en Bertus Brandsen, betrokken waren, werd besloten dat de CPN door middel van een anoniem manifest tot een staking zou oproepen. Dit later zo beroemd geworden manifest werd geschreven door Jansen.
            Tegelijkertijd nam verderop in de stad de onthutste CPN-er Willem Kraan, stratenmaker van beroep, die getuige was geweest van de wreedheden, contact op met collega en partijgenoot Piet Nak. Nak vertelt hier twintig jaar later het volgende over: ‘En Willem, die was een ijzersterke kerel, met tranen in zijn ogen, en die vertelde me daar dan hoe verschrikkelijk of daar huisgehouden werd, hoe de mensen als beesten daar geslagen werden. En Willem kwam bij mij en hij zegt: dat kunnen we niet dulden, en daar moet iets aan gebeuren, die boel moet plat’. Nog diezelfde zondag probeerden Nak en Kraan zoveel mogelijk partijgenoten bij de Stadsreiniging en Publieke Werken te waarschuwen, met het idee de volgende dag deze bedrijven plat te leggen. Ook werd contact opgenomen met Reuter. Maandag 24 februari kwam de staking niet van de grond, maar wel werd ’s avonds een bijeenkomst gehouden op de Noordermarkt, waar besloten werd voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen.
            Het door Jansen opgestelde manifest werd die ochtend van 25 februari door CPN-ers verspreid. CPN leden verspreiden zich verder over bedrijven om arbeiders tot staken op te roepen.  De gemeentetram ging die ochtend in staking, andere gemeentediensten volgden. De tram verdween uit het stadsbeeld en al spoedig werd het voor zeer vele Amsterdammers duidelijk dat er gestaakt werd. Bij het ene na het andere bedrijf werd het werk neergelegd. De staking werd een groot succes. Tienduizenden mensen gingen de straat op. De volgende dag breidde de staking zich zelfs uit naar de Zaanstreek, Weesp, Hilversum, Haarlem, Velsen, Utrecht en Muiden.
            Helaas ontwaakten deze volgende dag de Duitse bezetters uit hun verdoving. De staat van beleg werd afgekondigd en de staking werd met geweld neergeslagen. Vele mensen werden opgepakt. Enkele van hen werden niet veel later gefusilleerd.

Dokwerker

De februaristaking is de geschiedenis in gegaan als één van de grootste Nederlandse verzetsdaden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat het de Jodenvervolging niet heeft kunnen stoppen, was het wel een uiting van massaal protest tegen deze vervolging. Het beeld van de Dokwerker, dat na de oorlog werd opgericht op het Jonas Daniël Meijerplein, is de stille getuige van dit verzet en herinnert ons ook nu nog aan het feit dat niet stil moet worden toegekeken als wreedheden worden begaan tegen medemensen, maar dat actie mogelijk is.    

Bronnen

Mooi, A., De strijd om de februaristaking (Amsterdam 2006).
Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 4,
tweede helft mei '40 - maart '41 (Den Haag 1969).
http://www.februaristaking.nl/gesch.html

Printbare versie>>

 

Ga hier naar het archief van eerdere artikelen > >

 

Dokwerker

De Dokwerker in Amsterdam

 

Herdenking

Herdenking bij monument Dokwerker

 

Razzia

Razzia in Amsterdam