Staringlaan 21 - 25 © Kantekst.nl 2007 |
Auteur: V.S.D. Meerdink geplaatst: 18 januari 2008 18 januari 1795: Prins Willem V vlucht naar Engeland De Republiek der Verenigde Nederlanden was in het laatste kwart van de achttiende eeuw niet als uitermate modern op staatskundig gebied te typeren. Het land bestond uit een verzameling van soevereine gewesten met elk een eigen karakter en aanzienlijke verschillen tussen het verstedelijkte Holland en de meer landelijke provincies zoals Drenthe. De Republiek kende geen metropool zoals Londen of Parijs, maar circa 100 kleine tot middelgrote steden alwaar het economische en culturele leven zich concentreerde. Na een economische bloeiende zeventiende eeuw kenmerkte de achttiende eeuw zich door economische teruggang. Het internationale handelsverkeer leek zich aan de Republiek te onttrekken en de Hollandse steden hadden daar flink onder te lijden. Zij verloren hun internationale betekenis en keerden terug naar de streekfunctie die de meeste plaatsen vanouds hadden. Bestuurlijk en politiek gezien was de Republiek een confederatie van zeven soevereine staatjes. Het staatsbestel was gedecentraliseerd. De politieke grondslag van de samenwerking lag gegrondvest in de Unie van Utrecht (1579) dat de mogelijkheid bood tot particularisme en minimale samenwerking indien gewenst door de afgevaardigden in de Staten Generaal. Dit was het hoogste wetgevende en uitvoerende orgaan alwaar buitenlandse zaken, defensie, financiën en het bestuur van de generaliteitslanden en bezittingen werden besproken en bestuurd. Per provincie werd gestemd en voor veel zaken was eenstemmigheid noodzakelijk. De provincies bepaalden in feite de grenzen van het centrale bestuur, en de gewestelijke bestuurslichamen konden de macht van de provincies beperken. Dit politieke systeem resulteerde in dat steden en kwartieren binnen een provincie concurrenten van elkaar werden. Een nationaal besef was absoluut aanwezig bij de bestuurders, maar de meeste burgers en regenten dachten en handelden meestal in lokaal of gewestelijk belang. Holland was veruit het machtigste en rijkste gewest onder andere door zijn rijkdom, bevolkingsomvang en zijn aandeel in de Unie-financiën. De feitelijk macht van de gewesten lag in degenen die de statenvergaderingen vormden en beheersten zoals de regenten in de steden en de veelal adellijke grootgrondbezitters op het platteland. De invloedrijke functies werden onderling in deze grote families verdeeld en bepaalden op deze wijze wie er in de statenvergadering, de Staten-Generaal en andere bestuurscolleges van de Republiek zitting namen. Een bijzondere machtsfunctie was die van stadhouder. Formeel gezien was de stadhouder dienaar van de gewestelijke en generale statencolleges, de eerste ambtenaar. Onder hun gezag oefende hij zijn taak van bevelhebber over het staatse leger en de vloot uit en zijn recht om stedelijke functionarissen te kiezen. De positie van de stadhouders uit het huis Oranje-Nassau was opmerkelijk aangezien zij enerzijds ondergeschikt waren aan de staten en anderzijds een zelfstandige machtsfactor waren door hun historisch aanzien en de steun van het leger en de vloot en door hun invloed op de samenstelling van de staten zelf. Stadhouder Willem V raakte in de loop van zijn aanstelling de controle over de Republiek steeds meer kwijt. De Republiek raakte in oorlog met Engeland door wapensmokkel met de Verenigde Staten en de Vierde Engelse Zeeoorlog verliep desastreus. In 1781 werd de kritiek op stadhouder Willem V (1748-1806) verwoord in het pamflet Aan het volk van Nederland van de Gelders-Overijsselse Joan Derk van der Capellen tot den Pol. De schrijver was sterk gekant tegen de Oranje-stadhouders en legde de problemen van de Republiek genadeloos bloot. Het pamflet was een anti-orangistisch schotschrift en gaf een beeld van de geschiedenis waarin de Oranje-stadhouders er voortdurend op uir geweest waren hun eigen macht te vergroten. Hij schetste een beeld van Willem V van tiran en landverrader, die door machtsmisbruik en sabotage het welvarende, trotse Holland had uitgeleverd aan zijn Engelse vrienden. ‘Ja vorst Willem, het is alles Uw schuld.’ De stadhouder met zijn monarchale allures en zijn cliëntèlestelsel droeg de volle verantwoordelijkheid voor de neergang van de Republiek. Willem V werd zwaar beschuldigd van het samenspannen met de vijand. Van der Capellen tot den Pol inspireerden veel patriotten en zij richtten steeds meer exercitiegenootschappen op. De prins verloor de politieke strijd en zijn macht taande met de dag. De patriotten stelden nog wel voor een raad in te stellen, waarin ook zijn vrouw, die hem al sinds 1776 ter zijde stond in zake politieke kwesties zitting zou hebben. De besluiteloze prins reageerde niet. Begin september 1785 enkele dagen nadat het dragen van oranje was verboden verloor Willem V dan ook zijn militaire positie in 's Gravenhage. Een wanhopige Willem V vertrok naar de grens bij Breda om zijn daadkracht te bewijzen. In Friesland lukte het zijn vrouw om steun te verwerven: de regeringsreglementen werden aangescherpt. Via Groningen en Overijssel trok de stadhouder naar het jachtverblijf Het Loo bij Apeldoorn. De Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp legde op 1 februari 1786 de Staten van Holland een plan voor waarmee de terugkeer van de prins naar Den Haag weer mogelijk zou worden, maar het plan mislukte. De patriotten in de stad Utrecht gingen nu op 2 augustus 1786 over tot het zelf op democratische wijze benoemen van nieuwe vroedschapsleden, d.w.z. dan maar zonder de goedkeuring van de stadhouder. De prinsgezinde statenleden verlegden daarop de vergaderingen naar Amersfoort. Daarmee waren de Provinciale Staten van Utrecht opgedeeld. Op 27 augustus 1786 besloten de Staten van Holland de prins definitief het commando over het Haags garnizoen te ontnemen. Begin september 1786 werd een poging gedaan om de patriotten een halt toe te roepen, want er dreigde een burgeroorlog te ontstaan. Hattem en Elburg, waar de 24-jarige H.W. Daendels het exercitiegenootschap aanvoerde en zijn benoeming in de vroedschap opeiste, werden enige dagen bezet door stadhouderlijke troepen. Enkele weken later werd het aan de exercitiegenootschappen en de vrijcorpsen in Gelderland en Friesland verboden petities in te dienen en elkaar steun te bieden. In november 1786 verhuisde de stadhouderlijke familie van Apeldoorn naar Nijmegen, om in geval van lijfelijke bedreiging over de grens te vluchten. Begin mei 1787 is vanuit Amersfoort een poging gedaan Utrecht te heroveren. Er vielen enkele slachtoffers. o.a. bij Soestdijk. De prinses reisde enkele weken later "incognito" in twee koetsen met zestien paarden naar 's-Gravenhage, maar werd tegengehouden langs de Vlist door leden van een exercitiegenootschap uit Gouda. Het gezelschap werd onder geleide naar Goejanverwellesluis gevoerd, in afwachting van een beslissing van de Staten van Holland. Prinses Wilhelmina moest dus onverrichterzake terugkeren naar Nijmegen. Na beklag bij haar broer, koning van Pruisen en pas aangetreden, kwam hij zijn zuster te hulp. Een Pruisische leger van maar liefst 20.000 man viel bij Nijmegen binnen. De troepen onder de Rijngraaf van Salm verlieten Utrecht bij de nadering van het leger. Op 17 september reed de prins onder luidde toejuichingen Utrecht binnen. Op donderdag 20 september 1787 kwam hij aan in Den Haag. Misschien is Prinsjesdag naar deze gebeurtenis vernoemd. Hersteld in de oude rechten, nam Willem V, maar in het bijzonder zijn vrouw nu represailles tegen de patriotten. De patriotten, verbeurd verklaard van hun bezittingen en hun zetels in de vroedschap, vluchtten daarop naar Noord-Frankrijk waar zij zich konden scholen in de Franse revolutie. Bij aankomst van de Franse troepen onder Pichegru vluchtte Willem V op 18 januari 1795 naar Engeland. De gevluchte stadhouder nam eerst voor enkele weken zijn intrek in Kew Palace (ook wel Dutch House genoemd). Vrijwel zijn eerste actie was de uitvaardiging van de brieven van Kew (7 februari 1795). Volgens sommigen gebeurde dat op advies van de Britse premier William Pitt. Alle Hollandse koloniale bezittingen werden nu onder Britse bescherming gesteld. Hij beval de bestuurders zich over te geven aan de Britten. Dit leidde tot grote woede uiteraard van zijn tegenstanders in de Bataafse Republiek. Nadat Willem V deze brieven had uitgevaardigd namen de Fransen de privébezittingen van Willem in beslag. Zijn collectie dieren, waaronder de twee olifanten Hans en Parkie en enkele giraffen werd afgevoerd naar Frankrijk. Willem V verhuisde naar Hampton Court Palace. Toen hij samen met zijn zoon, de erfprins, in augustus 1799 een proclamatie uitvaardigde waarin de Nederlanders werden opgewekt steun te geven aan de Engels-Russische landing leidde dit tot grote verontwaardiging in de Bataafse Republiek. De militaire inval mislukte. In december 1801 schreef Willem V de brieven van Oranienstein, waarin hij de Bataafse Republiek als wettig erkende. Hiermee deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder. Geraadpleegde literatuur: R. Aerts e.a., Land van kleine gebaren. Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990 (Nijmegen 1999) Wikipedia
| Ga hier naar het archief van eerdere artikelen > >
Prins Willem V
Vertrek van Prins Willem V per vissersboot naar Engeland op 18 januari 1795
|


