Staringlaan 21 - 25 © Kantekst.nl 2007 |
Auteur: H. Ketel, geplaatst: 2 juni 2008 Delfts Blauw De stad Delft is ruim 750 jaar oud en dankt haar naam aan de delving van de oudste gracht die door het centrum loopt; ‘de oude Delft’. Naast de schilders Vermeer en Jan Steen, de grote stadsbrand en de moord op Willem van Oranje wordt de stad al snel in verband gebracht met Delfts aardewerk: het Delfts blauw. Delfts keramiek is al 400 jaar een belangrijk exportproduct. Echter, het aardewerk wat een handelsmerk is geworden voor de stad Delft, had nooit kunnen bestaan zonder diverse invloeden van buiten, het feit dat Holland een plaats was waar mensen na geloofvervolging terecht konden en de verbintenis van Delft met de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In dit artikel wordt de oorsprong en geschiedenis van het Delfts blauw beschreven. De basis voor de Delftse aardewerk industrie werd gelegd door Vlaamse plateelbakkers (plateel is een speciaal soort aardewerk). De Vlaamse plateelbakkers vluchten naar Delft in 1585 na de val van Antwerpen, onder invloed van de Spaanse overheerser en de geloofsvervolging. De Vlamingen hadden de kunst afgekeken van de majola aardewerkbakkers die zich in Italie en Spanje ontwikkeld had. Dit product had echter nog weinig weg van het Delftse aardewerk zoals we dit vandaag kennen. Hiervoor werd de Delftse aardewerk industrie geïnspireerd door het porselein. En Nederland maakte kennis met het porselein dankzij de Nederlandse handelsvloot. In 1598 slaagden Cornelis Houtman en Gerrit van Beuningen er als eersten in om met een Nederlandse handelsvloot Azië ter bereiken. Naast Oosterse specerijen en textiel brachten ze Chinees porselein mee op hun reis terug. Delft had een eigen vestiging binnen de Verenigde Oostindische Compagnie welke in 1602 werd opgericht en een handelsmonopolie had op de handel ten Oosten van Kaap de Goede Hoop. Aan de eerste tochten naar Azië hadden geen Delftse schepen meegedaan. Delft had een beperkte maritieme traditie en pas kort voor de oprichting van de VOC sloten Delftenaren zich aan bij de plannen een nieuwe vloot naar Indië uit te rusten. Nog steeds zijn in Delft de sporen van de VOC tijd te vinden in de vele pakhuizen waar in de VOC tijd de goederen werden opgeslagen. En het feit dat één van de producten die in deze pakhuizen werd opgeslagen het porselein was bleek van grote invloed. In sommige bronnen is terug te vinden dat het Delfts blauw oorspronkelijk uit het Verre Oosten afkomstig was. De werkelijkheid was iets anders. Het porselein werd zo populair dat het een bedreiging ging vormen voor het Delfts aardewerk. Om hun bedrijf te redden gingen de Delftse aardewerkbakkers over tot een imitatie van het porselein en noemden hun nieuwe product ‘porceleyn’. Technisch gezien klopt dit niet: in plaats van porseleinaarde gebruiken de bakkers een kleimengsel dat na het bakken bedekt wordt met een tinglazuur. Onder invloed van de Vlaamse immigratie en de producten die de VOC meebracht ontstond een typisch product voor Delft. Tussen 1600 en 1800 was Delft een van de belangrijkste aardewerkproducenten in Europa. Het Delfts aardewerk was zeer populair. In rijke families werd met vazen, schotels en tegels gepronkt. Een groot deel van de Delftenaren was in deze periode werkzaam in deze nijverheidstak. Nadat de industrie in de achttiende en negentiende eeuw te lijden had van de verminderde populariteit als gevolg van de massaproductie en de productie van porselein werd het product aan het eind van de negentiende eeuw weer een nieuw leven in geblazen door producent Joost Thooft en is het product tot de dag van vandaag populair. Bronnen: http://voc-kenniscentrum.nl/kamer-delft.html
| Ga hier naar het archief van eerdere artikelen > >
Oostindisch Zeemagazijn te Delfshaven, 1779
Delfts blauw
Delfts Blauw bord
|



