Auteur: V. Meerdink, geplaatst: 27 december 2007


27 december 1831, Charles Darwin vaart uit met de Beagle.

De negentiende eeuw was een bijzondere eeuw. De ontwikkeling van de wetenschap kwam in de tweede helft van die eeuw in een stroomversnelling terecht. Radicaal anders denkenden zoals Schopenhouer en Nietzsche creëerden een negatieve en onheilspellende sfeer. Hun kritiek op de decadent geworden maatschappij droeg bij aan de gevoelens van onzekerheid die heersten in de samenleving. Men had het gevoel in een transitietijd te leven waar geen plaats meer was voor de oude wereld. De Verlichtingsidealen werden niet langer beschouwd als het hoogste geestelijke goed en men moest op zoek naar een nieuwe waarheid.

Studeerkamergeleerde

De Britse bioloog Charles Darwin heeft onbedoeld een enorme bijdrage geleverd aan de fin-de-siècle-mentaliteit. Darwin was geen revolutionair, maar was het prototype van een studeerkamergeleerde die zich afzonderde van de buitenwereld om in alle rust te werken. Op 22 januari 1831 slaagde Darwin voor zijn Bachelor-of-art examen in de theologie aan de universiteit van Cambridge. Een paar maanden later kreeg Darwin het bericht dat kapitein Robert FitzRoy op zoek is naar een wetenschapper om mee uit te varen naar Zuid-Amerika ‘om het zuidelijk uiteinde in kaart te brengen’. Aanvankelijk sloeg Darwin het aanbod af, omdat zijn vader grote bezwaren had. De reis zou geen bijdrage opleveren voor Darwins intellectuele ontwikkeling. Maar de oom van Darwin, Josiah Wedgewood weet vader te overtuigen wanneer hij zijn broer schrijft: ‘Deze onderneming zou geen nut hebben voor zijn beroep, maar aangezien hij een man met zeer geruime belangstelling is, biedt dit hem een gelegenheid om mensen en dingen te zien, zoals die slechts weinigen is vergund’. Op 27 december 1831 vertrok de Beagle, met aan boord Charles Darwin, naar de andere kant van de wereld.

The origin of spieces

De reis met de Beagle zou vijf jaar duren. In die tijd heeft Darwin talloze empirische experimenten en belangrijke waarnemingen uitgevoerd. Deze periode had Darwins leven richting gegeven en hij speelde vanaf zijn terugkomst in Groot-Brittannië een prominente rol in de wetenschap. Zijn naam was gevestigd.
Darwins grootste ontdekking op de Galapagos-eilanden was zijn scherpe waarneming van de diversiteit aan vinken. Door middel van natuurlijke selectie werden de gunstige eigenschappen van de vinken doorgegeven aan de volgende generatie, zodat deze meer kans kregen op overleven. Op basis van deze waarneming baseerde Darwin zijn evolutietheorie uiteengezet in zijn in 1859 gepubliceerde boek The origin of species. Darwin realiseerde zich dat aan de ontwikkeling van soorten geen God te pas was gekomen. Geologisch onderzoek had twijfel gewekt bij hem over de jonge leeftijd van de aarde in het Christelijk wereldbeeld. Het vermoeden ontstond dat de aarde al vele miljoenen jaren ouder zou zijn. Daarnaast ondersteunde de vondst van fossielen en daarmee de ontdekking van uitgestorven diersoorten Darwins theorie. Het was Darwins overtuiging dat het paleontologische register ooit geheel compleet was en daarmee was het een kwestie van tijd voordat men de missing link zou ontdekken, de verbinding tussen de aap en de mens. Soorten bleken niet statisch, maar veranderlijk en Darwin brak met dit inzicht met het essentialisme, het idee dat alles een doel heeft. 
Tenslotte was Jean-Baptiste Lamarck’s theorie door Darwin onderuit gehaald. Volgens Lamarck konden dieren verworven eigenschappen tijdens het leven doorgeven aan hun nageslacht. Maar Darwin had deze reguliere gedachte onderuitgehaald door zijn ontdekking van de transmutatie door middel van natuurlijke selectie. De bron van de mutaties lag in de genen, Darwin had echter deze verklaring niet gevonden. Mendel zou later met zijn genenleer en plantenkruisingen de theorie van Darwin vervolmaken.

Maatschappelijke opwinding

Darwins evolutietheorie zorgde zowel voor veel opschudding als fascinatie. Darwins ideeën hadden een grote aantrekkingskracht. De wetenschap stond gelijk aan betrouwbaarheid en gezag en daardoor werd Darwins gedachtegoed opgenomen in de maatschappij. De eenheid van de mens werd bewaard doordat Darwin had aangetoond dat alle vormen van leven met elkaar samenhingen en ontsproten waren uit een oervorm zoals de titel van The origin van species suggereerde. Darwins evolutietheorie wierp voor vele intellectuelen en denkers tevens een nieuw licht op de maatschappij. Men zocht naar een verklaring van diverse maatschappelijke problemen, zoals de opkomst van klassen en Darwins evolutiemodel kon wellicht antwoorden bieden.

Kritiek

Kritiek op Darwin bleef niet uit. Abraham Kuyper sprak in een rede: ‘de negentiende eeuw sterft weg onder de hypnose van het evolutiedogma’, als reactie op de ontwikkeling vanaf 1880 van ‘evolutie’ als modeterm. In Descent of man  (1870-1871) heeft Kuyper gelezen dat de mens niet gecreëerd is door God, maar een afstammeling is van de aap. Volgens Kuyper was Darwins conclusie wetenschappelijk nihilisme bij uitstek. Met Darwins nieuwe inzichten was de rol van God uitgespeeld, en daarmee was de wetenschapper onacceptabel voor Kuyper.

Survival of the fittest

De vraag is of Darwins ideeën hebben bijgedragen aan het gevaarlijke en  haatdragende klimaat dat mede leidde tot de vervolgingen in de Tweede Wereldoorlog. Darwin en de holocaust kunnen in geen geval causaal aan elkaar verbonden worden, maar in hoeverre hebben de twee begrippen met elkaar te maken? Darwins begrip van natuurlijke selectie werd door Herbert Spencer omgevormd tot survival of the fittest, een term die dus niet bedacht was door Darwin. Darwins theorie werd gepopulariseerd en omgegoten tot haatdragende ideeën. Galton, de grondlegger van de eugenetica en Spencer zagen, geïnspireerd door Darwin, het leven als een strijd. De sterkste man zou overwinnen en de verliezer zou zijn lot moeten accepteren. De biologie werd toegepast op de maatschappij en daardoor konden ongewenste etnische groepen zoals joden en slaven makkelijk ten prooi vallen aan het Sociaal-Darwinistische denken. In feite was het Sociaal-Darwinistisch denken een reactie op de doorgeslagen angst tot degeneratie aan het eind van de negentiende eeuw. Men ging een moreel voorbeeld in de natuur zien en als ethische leidraad voor de samenleving stellen. De natuurt dicteerde in deze analogie.

Intelligent Design

Tegenwoordig is Darwins evolutietheorie nog altijd een interessant object van studie en discussie. De kritiek en twijfels betreffende zijn evolutietheorie hebben de laatste jaren een opleving gekend. In de jaren negentig van de vorige eeuw gaven Christenen tegenstand tegen Darwins theorie, namelijk met het scheppingsverhaal in een nieuw jasje, het creationisme. Tegenwoordig wordt het creationisme op veel scholen in Amerika onderwezen. Darwins evolutietheorie kent vooralsnog een aantal hiaten. Ten eerste is de oorsprong van het leven niet verklaard. Ten tweede zijn de missing links nog niet gevonden. Ten derde is nog niet verklaard hoe een ingewikkeld orgaan als het oog zich geëvolueerd kan hebben. Dit laatste ‘gat’ in de evolutietheorie is het fundament van kritiek van de aanhangers van het Intelligent Design. Voor hen is dat hét bewijs dat evolutie niet de allesomvattende verklaring kan zijn, maar dat achter al dat moois van de natuur een intelligente ontwerper moét zitten.

Geraadpleegde literatuur/bronnen:

Darwin, C., De reis van de Beagle (1839)

Printbare versie>>

 

Ga hier naar het archief van eerdere artikelen > >

 

Charles Darwin

Charles Darwin

 

the beagle

The Beagle

 

vinken op galapagos

Vinken op Galapagos